LaLiga-overdenking (3): Valladolid en Getafe

16. Real Valladolid — 57 verliespunten

Van 1980 tot 2004 speelde Real Valladolid alleen in 1992/93 niet op het hoogste niveau. Sindsdien is de club er eentje van het heen-en-weer tussen de Primera en Segunda geworden. Nu, anno 2021, hopen ze lijfsbehoud te bewerkstelligen en een vierde seizoen op rij in de Liga te realiseren. Dat zou de beste prestatie zijn sinds ze degradeerden in 2004. De echte Ronaldo mag dan wel je club financieren; het is nog niet meteen een ticket naar de hemelpoort. Vorig seizoen eindigden ze 13e en in het eerste seizoen na promotie, 2018/19, 16e. Hoewel de sportieve nivellering en de grootte van de Spaanse middenmoot danig groot is; ondanks een 13e plek was Valladolid in 19/20 ook pas na 36 speelronden mathematisch veilig.

Real Valladolid verschilt qua tactiek niet enorm van de andere low-budget ploegen in de competitie: Elche, Alaves, Cádiz, Getafe.. ze spelen allemaal een 4–4–2. De een iets avontuurlijker dan de ander, dus moet je het in coachingsdetails en goed selectiemanagement zoeken waarom de teams maken wat ze zijn. Hoewel hun salarislimiet met zo’n 47 miljoen euro goed is voor plekje 13 zien we dit team daar op het veld nog niet naar presteren. Dat is niet heel vreemd omdat dit team vorig seizoen nog de 19e plek bezette op dat gebied, 32 miljoen euro.

Dit seizoen hebben ze met de naar Southampton vertrokken verdediger Mohammed Salisu een klapper van 10 miljoen gemaakt. Dat geld hebben ze vooral geïnvesteerd in Mesa, Orellana (transfervrij) en Weissman (4 miljoen euro, topscorer Wolfsberger). De selectie werd er wat meer ervaren op in een periode waarin de vaste krachten die ze promotie en het eerste lijfsbehoud bezorgden niet meer genoeg zijn. Daarom was het zoeken voor Sergio Gonzalez gedurende dit seizoen: hoe kunnen ze in hun compacte voor topclubs bloedzuigende 4–4–2 teams het leven zuur blijven maken als je niet het budget van een linkerrijtje hebt?

Mede door de drukke inkomende transferzomer van Real Valladolid zou het nog een tijdje duren voor Real Valladolid de juiste afstemming zou vinden. Pas in speelronde 9 werd de eerste zege geboekt, tegen Athletic Club (2–1). Het hele seizoen zou er een van vallen en opstaan zijn. Mede door blessures, maar ook doordat het tijd nodig had voor Sergio de juiste afstemming te vinden. Toch zagen we in speelronde 13 bij de 3–2 thuiszege op Osasuna al een voorbode van hoe dit team er anno ‘nu’, 25 maart, uit zou zien: Alcaraz en Roque Mesa als controleurs met Plano en Orellana als buitenspelers; Weissman die met Marcos André/Sergi Guardiola een koppeltje zou vormen. Met Joaquin en Janko zou de achterhoede rechts al verzorgd zijn; zomeraanwinst El-Yamiq en winterhuur tevens sterke linksback Lucas Olaza zouden pas in de tweede seizoenshelft erbij komen.

Het probleem van dit team lijkt vooral in de aanval te zitten. Wie Valladolid wel eens ziet spelen tegen topploegen, weet dat het voor de meeste teams een rotklus is om ze kapot te voetballen. Vorig seizoen had geen enkel team in de top van de Liga het makkelijk om de drie punten weg te krijgen in Valladolid. Dit seizoen won Real Madrid ook twee keer moeizaam met 1–0, terwijl Sevilla er twee keer 1–1 tegen speelde.

Over het algemeen is winnen van Valladolid een prima werk als je zelf het spel moet maken, maar wanneer Sergio’s mannen zelf het spel moeten maken lijkt het vaak pittiger voor ze worden. Dat lijkt vooral in de samenstelling van de aanval te zitten. Marcos André maakte in de eerste seizoenshelft nog een prima indruk, maar dit team zit in tegenstelling tot vorig seizoen niet meer vol met erkende doelpuntenmakers. Sandro Ramirez, Enes Unal zijn weg terwijl Sergi Guardiola in een vormcrisis verkeert. Nog meer dan vorige seizoenen hebben ze moeite om schoten op doel te krijgen ondanks de aanwezigheid van een creatieve, voor rechterrijtjesteams ideale speler als Orellana. Dit team lijkt mede door de keuze voor serieuze ervaring en het opgescheept zitten met de krachten van 3 jaar geleden even in een stagnatie te zitten. Er is geen kwaliteit om goede counters te plaatsen, maar ze rocken defensief nog altijd. Een van de betere compacte blokken in het rechterrijtje.

De vraag is: wat kan Ronaldo als eigenaar betekenen als ze dan meerdere seizoenen op het hoogste niveau actief zijn geweest.

Het speelschema

Valladolid’s schema, via Futbol24

Met vier punten boven de streep heeft Real Valladolid een klein buffertje richting de slotfase van het seizoen. Wanneer we kijken naar het speelschema, zien we dat Real Valladolid zichzelf wel een enorme dienst kan bewijzen in de drie duels ná Barça uit. Granada, Elche, Cádiz zijn duidelijk allemaal te pakken. Daarna wordt het schema er niet makkelijker op. Dan is alleen Valencia nog een tegenstander waarvan je denkt: zit zéker een puntje in.

Dit schema doet een beetje denken aan dat van Alavés toen het ternauwernood in de Liga bleef vorig seizoen terwijl het na speelronde 29 een buffer van 10 punten had. In speelronde 37 zouden ze zich pas echt veilig spelen. Dit leert dat een lastig schema nog écht wat uit kan maken. Hoe verleidelijk de theorie is dat richting het eind de meest frappante uitslagen zich voordoen.

Beste speler?

Hoewel ik dit seizoen moeilijk een speler aan kan wijzen die boven dit collectief uitsteekt, moet ik toch een keuze maken. De laatste weken vanaf Eibar-uit (1W, 4G, 1V) maakt Fabian Orellana wat mij betreft de beste indruk. Hoewel hij al 35 is, blijft het een speler die naast zijn behendigheid aan de bal, zéker dribbelend, nog altijd veel energie in zijn duels legt. Dat maakt hem een speler die met enige regelmaat een gele dan wel rode kaart pakt, maar voor middenmoter LaLiga-begrippen een enorm betrouwbare aanvaller.

De laatste weken maakt ook Jawad El-Yamiq een goede ndruk centraal achterin. Voor het voetballende gedeelte moet je niet bij hem wezen, maar de 29-jarige Marokkaan maakt als mandekker met zijn intercepties, balonderscheppingen/wegwerken en kopkracht een goede indruk. Dat is prettig na een tijdje fysieke tegenslag voor de beste man. Het kleine bedragje van 1,25 miljoen wat werd neergelegd bij Genoa lijkt het wel waard te zijn.

15. Getafe — 55 punten

José Bordalas: van 1993 tot 2015 een betrekkelijk anonieme trainer, inmiddels een berucht figuur in de Spaanse voetballerij. In 2016 leidde hij Alavés terug naar het hoogste niveau, maar werd in de zomer ontslagen: het voetbal was geen porum. Dus stapte hij maar in september in bij Getafe: ze promoveerden als nummer 3 via de play-offs. Het eerste seizoen op het hoogste niveau resulteerde in een 8e plek. In 2018/19 werd er aan Champions League-voetbal geroken, maar een vijfde plaats zou ook memorabel zijn. In 2019/20 leken ze op weg om plek 5 te evenaren, met uitzicht op meer. Maar toen kwam Corona: dat virus wat iedereen in zijn greep houdt. Ook Getafe, want bizar genoeg zijn ze sinds de eerste lockdown nooit meer de oude geworden. Eerst werd post-lockdown I Europees voetbal uit handen gegeven; in 2020/21 is een plek in de grauwe middenmoot waarschijnlijk hun lot. Wat tamelijk bizar is, want veel is er niet veranderd ten opzichte van eerdere seizoenen.

Getafe, lang zwelgend in anonimiteit. Nu een club waar menig voetbalfan een trauma aan overhoudt. Ik noem het graag hardrockcabaret: spijkerhard voetbal, maar ook de niet-bestaande studenten van de kleinkunstacademie. Het is de droom voor voetballers die lang in de anonimiteit hebben rondgedwaald, niet begrepen werden of met geluk een slimme scout tegenkwamen. Van het promotieseizoen 2016/17 is alleen rechtsback Damian Suárez nog over. Als anonieme Uruguayaan steeg hij tot zulke hoogte dat hij in maart 2020 een uitnodiging voor het grote nationale team kreeg, maar daar was Corona. Het ging niet door. De 32-jarige spits Jaime Mata zwierf door de krochten van Spanje; tot in 2018 Getafe op zijn pad kwam. Hij steeg dat seizoen tot danige hoogte dat hij als 30’er zijn debuut mocht maken bij het Spaanse nationale elftal. Een spits die de Liga voor het eerst van dichtbij mocht zien, een spits die driekwartjaar later het Spaanse tricot verdedigt. Veel markanter krijg je de verhalen niet.

Ieder jaar een stukje beter; zo kon je het van het fiche van Getafe onder Bordalas aflezen. Promotie, 8e, 5e.. en dan Corona. De resultaten zijn achteruitgevlogen. De eerste 27 wedstrijden van ‘19/20 was Getafe een nummer 5; de resterende 11 wedstrijden een nummer 16. In 2020/21 gaat het niet veel beter; een 15e plek, en vooral veel ophef buiten het veld. Dat allemaal ondanks een zege op Barça begin dit seizoen: die langverwachte scalp tegen een top-3 ploeg die maar uitbleef. Hoeveel een lockdown kan uitmaken, want in 2020/21 is behalve het inwisselen van twee spitsen niets veranderd aan het Getafe-concept.

Hoog en fanatiek drukzetten, je tegenstander neerschoppen als ze erdoorheen dreigen te breken: het zorgde ervoor dat Getafe samen met Eibar lange tijd de lijstjes aanvoerden qua teams die de meeste tijd doorbrachten op de helft van de tegenstander. Dit seizoen hebben ze het lastiger daarmee. Minder punten, kwalitatief minder goede schotposities, minder schoten, kwalitatief betere schotposities voor de tegenstander, meer schoten tegen, minder drukzetten op het middenveld en op de helft van de tegenstander. Is het Bordalas-effect uitgewerkt? Is er te weinig vernieuwd?

Getafe vloog nog uit de startblokken met 3 zeges, 1 gelijkspel en een verlies, mede aan de hand van linksmid Marc Cucurella die na een sterk 2019–20 definitief de linkerflank van Getafe zou verdedigen met back Olivera. Na de zege op Barça zakte Getafe echter ver weg. Sindsdien is er 4 keer gewonnen, 7 keer gelijkgespeeld en 12 keer verloren in 23 wedstrijden. Getafe creëert sporadisch nog consistent uitgelezen kansen. Heel soms is er een opleving van Bordalas’ equipe. Verder blijft het stil.

Het vertrek van centrale verdediger Cabrera in de winter van 2020 naar Espanyol? Het transfervrije vertrek van oude vos Jorge Molina in de zomer? Het zouden niet de enige verklaringen moeten zijn. Cucho en Unal maken als spitsen niet enorm veel indruk, maar ook bij de prestaties van Molina en Mata was een kentering te zien vorig seizoen. Alleen Ángel, de ideale supersubspits, is niet duidelijk minder gaan presteren. Bij Getafe waren ze radeloos; in de winter werden daarom maar Kubo, Aleña en Chakla gehuurd als extra smaken. Er was een korte opleving met twee zeges op rij tegen Elche en Huesca, maar daarna is in 10 duels alleen tegen een matig Valencia gezegevierd.

Ondanks het uitblijven van sportieve prestaties zou Getafe zichzelf niet zijn als er ook flinke herrie geschopt werd. De tweede week van februari zou symbool voor het seizoen gaan staan. Tegen Sevilla (3–0 verlies) stapte Djene (ik denk nog steeds onbewust) door op de enkel van Ocampos, wat in Spanje op flinke ophef kwam te staan. Langs de lijn waren de gemoederen danig verhit dat trainer Bordalas rood pakte en de hun-tegen-ons-retoriek niet schuwde achteraf. Zo erg dat Bordalas na Real Madrid v Getafe doordeweeks (2–0 verlies) vrolijk doorging met fulmineren. Hij schold voorzitter Angel Torres nog net niet bij naam uit omdat hij weigerde zijn team te steunen tegen de mediahetze. De baan van Bordalas kwam ter discussie te staan, maar wel pas aan het eind van het seizoen waarschijnlijk. In het weekend zou het vrolijk verder gaan toen Bordalas weer rood kreeg langs de zijijn: hij schold, fulmineerde en schopte naar Barrenetxea in het duel met Real Sociedad. Twee keer rood in een week voor de coach. Sindsdien heb ik de excessen van Bordalas niet meer zo erg uitvergroot zien worden, maar ik ben benieuwd of we meer gaan beleven. In ieder geval probeerde Nyom recent met zijn rode tackle op Lodi weer de schijnwerpers te pakken tegen Atlético.

Damian, Nyom, Cabaco, Arambarri, Mata, Djene, Cucurella: het zijn stuk voor stuk jongens die het duel, kaarten en het drama niet schuwen. Elf Gerard Den Haantjes: schoppen en slaan. Drama schuwen doet Bordalas ook op zijn eigen manier langs de zijlijn niet. Is Getafe nog wel Getafe als Bordalas de deur uitloopt? Gaat Getafe qua prestaties dan nog harder onderuit dan ze nu al zijn gegaan? Zijn de wedstrijden met kwalitatief goede kansen dan nog sporadischer? Is dit gewoon het einde van een tijdperk, zoals Barça-Pep dat ook op een gegeven moment was?

Het speelschema

Getafe’s speelschema (via futbol24)

Met zes punten boven de streep lijkt het onwaarschijnlijk dat Getafe nog zal degraderen, hoog eindigen zal het ook niet. Gezien het schema zal er tegen een Osasuna, Cádiz, Huesca, Eibar, Levante, Granada genoeg kans zijn om punten te pakken, meer lucht te creëren. Eerst moeten Eibar en Alavés maar eens punten zien te pakken op regelmatige basis.

De beste spelers

Linksvoor en krullenbol Marc Cucurella is Barça, Marc Cucurella is Eibar, Marc Cucurella is Getafe. Bij de ene club leerde hij voetballen, bij de andere club leerde hij drukzetten, bij de andere club leerde hij agressiviteit in zijn donder krijgen. Als hij in vorm is, is hij naast zijn werk zonder bal ook aan de bal een plaag. Je kan hem met gemak diep sturen; hij rent als het kan op iedere bal. Duels zoals begin dit seizoen tegen Betis (3–0 winst) laten zien waartoe hij in staat is. Assists, heerlijke goal, in ruimtes rennen.

Mauro Arambarri is de hart en ziel van het team. Iedere Getafe-speler weet wat hij zonder bal moet doen; met bal zorgt de 25-jarige Uruguayaan voor nuttige passing, maar ook voor dribbels en met enige regelmaat scoort hij als middenvelder enkele golazo’s. Zoek zijn goals tegen Villarreal en Valencia maar op.

Djene, die vroeger bij Sint-Truiden speelde, is de kleine centrale verdediger. De Togolees kan aan de bal meters maken, maar is vooral goed in tackelen, ballen onderscheppen en wegroeien.

De motie van kots

Hoewel slager en rechtsback Damian en Mata de drukste kaartenpakkers zijn wil ik vooral rechtsback Allan Nyom aankaarten. Dat is de man die Babel een beetje probeerde imiteren. Hij kan absoluut niet voetballen en probeert dat met extreem hinderlijke shithousery en lompe lelijke smerige overtredingen te compenseren.

Ziet graag Ajax voetballen. Kijkt veel naar LaLiga.

Ziet graag Ajax voetballen. Kijkt veel naar LaLiga.