LaLiga-bezinning (9) — De titelstrijd + voorspelling

4. Sevilla — 55 punten

In een van de boeken die ik ooit eens las, vertelde Pep Guardiola dat hij onder tiki-taka ‘doelloze passing’ verstond; het zou niets met voetbal te maken hebben, meer een doel dan middel. Precies dat is wat ik me meestal bij Sevilla voorstel en dat is vrij extreem. Voor de gemiddelde volger is het geen geheim: Sevilla wil steeds genoeg man achter de bal hebben, waardoor ze defensief en onder druk minder moeilijk in de problemen komen. Dit combineren ze met een middenveld zonder al teveel drang naar voren vanuit de 16, waardoor de voorste drie vaak vanuit een individuele actie moeten scoren. Niet echt prettig voor de kijker, maar als je as vol zit met klasse als Jordan, Fernando, Koundé, Carlos en keeper Bono razend effectief om veel resultaten mee te boeken. Alleen in de topduels kunnen ze maar niet hun wil opleggen aan de tegenstander: dan is er weinig bezetting voorin, lopen spelers niet slim voor elkaar en krijg je zielige taferelen als BVB v Sevilla in de CL.

Dit is ook het tweede seizoen van Sevilla onder coach Julen Lopetegui. De 54-jarige trainer leidde ze vorig jaar al naar de vierde plek en een Europa League-eindzege. Best knap voor een renovatie die pas in de zomer van 2019 onder, het fenomeen der voetbaldirecteuren, Monchi begon. Ten opzichte van het vorige seizoen zou Sevilla vooral voor de vertrekkende Banega (Shabab) en Reguilón (gehuurd v. Real Madrid) vervanging moeten zoeken. Dit lukte door Rakitic & Óscar binnen te halen op het middenveld en Acuña als linksback. Rekik en Idrissi waren daarbij leuke hebbedingetjes.

Hoewel Sevilla soms mindere periodes kent, zoals in oktober en rond eind februari-begin maart, is het over het geheel superconstant voor een niet-top-3 zijnde club. Doordat ze een as van dermate hoge kwaliteit in defensie, fysiek en techniek hebben, zijn de keren dat de driehoek Carlos — Koundé — Fernando door de as wordt kapot gespeeld op een hand te tellen. Voorin zijn er met Jordan, Navas, Ocampos, Suso meerdere slimme spelers die een assist kunnen geven, maar En-Nesyri is de enige speler die echt constant veel goals maakt. Door het rigide spel van Sevilla is het lastig om voorin meer voorwaarden te creëren zodat spelers beter in staat zijn om in uitgelezen posities te komen om te scoren. Wanneer Sevilla dus moet komen tegen topploegen, heeft het veel moeite om iets uit te richten. Dat is al 1,5 jaar het probleem en ik heb mijn twijfels of Lopetegui daar nog verandering in gaat brengen. Tot die tijd zal Sevilla een zware, maar qua resultaten effectieve zit zijn.

Van de top-4 heeft Sevilla nog veruit het zwaarste schema tot de seizoensfinale. Met 10 punten voorsprong op de nummer 5 Real Sociedad lijkt het erg onwaarschijnlijk dat ze hun CL-ticket nog weggeven; naar boven kijken wordt ook een uitdaging.

3. Real Madrid — 60 punten

Denken aan Real Madrid is, in hoofdlijnen althans, denken aan drie namen: Zidane, Ramos, Benzema. Zij waren de drie namen die de Koninklijke voornaamst tot de titel van 2019/20’ brachten. In de korte spartijd van half juli tot half september zou president Perez al vertellen dat door de Covid-situatie het doen van een grote aankoop vrijwel onmogelijk was voor ‘20/21. Dus, met andere woorden, grote kans dat je dit seizoen eenzelfde soort verhaal zou zien. Ødegaard terughalen van zijn huurperiode en vooral veel verkopen, of verhuren: Hakimi, Reguilon, Oscar, James gingen definitief weg en over Ødegaard/Bale/Jovic/Reiner/Mayoral/Kubo/Brahim zullen vanaf de zomer weer horen. Ondanks dat Zidane vaak en graag praatte over bijvoorbeeld een Pogba. Ook topploegen moeten op de financiële blaren zitten in coronatijden.

Wat als een rode draad door het huidige seizoen van Real Madrid heenloopt, zijn blessures en het fenomeen Karim Benzema. Het lijkt alsof Zinedine Zidane maar wekelijks, wat zeg ik om de paar dagen moet hopen dat niet iemand een spierprobleempje heeft opgelopen. Hoewel de invloed van het mensonterend drukke schema daarin niet te onderschatten is, lijkt het aantal bij Real Madrid me wel veel te hoog. Dit droeg mede bij aan een periode van november-december waarin een zee van sterspelers werd gemist: 1–4 verliezen van Valencia, 1–1 tegen Villarreal, 1–2 verliezen van Alaves, 0–2 bij Shakthar verliezen, ternauwernood CL-uitschakeling voorkomen. Ook nu anno april werkt het nog door: Carvajal en Ramos liggen er (nog) uit, Hazard blijft voortsukkelen.. en dat voor een week waarin Liverpool, Barça, Liverpool op het schema staat. Je zou het zomaar ‘season defining’ kunnen noemen.

Vorig seizoen was Karim Benzema al de cruciaalste speler van Real Madrid qua doelpunten: hij scoorde 21 goals, gaf 8 assists. Nota bene Sergio Ramos scoorde toen elf keer en daarna..? Casemiro en Kroos met vier goals. Dat is best krankzinnig te noemen: een wereldmerk in de voetballerij dat alleen Benzema alleen veelscorende speler heeft. Kijken we naar het huidige seizoen na 28 wedstrijden, dan zien we Benzema op 17 goals en zes assists (die gaat de cijfers van ‘19/20 dus normaal gesproken verbeteren met minder wedstrijdminuten dan vorig jaar); Casemiro de defensieve mid op 5 en dan Modric/Asensio/Vini/Valverde op drie goals. Met wat goede wil pakken we het horrorseizoen 2018/19 er ook bij toen Bale nog een beetje meedeed. De conclusie blijft hetzelfde: Benzema oder nichts, wie moet dan de goals maken? Met geen pen te beschrijven, sinds het vertrek van ratatatata Ronaldo.

Kijken naar Real Madrid is ook beseffen dat ze al een lange tijd teren op de garde die ze de Champions Leagues opleverden. Alleen Marcelo is eigenlijk definitief naar de achtergrond gedreven door Ferland Mendy en Courtois is dan als doelman gekomen. Hazard als mislukte transfer daarbuiten gelaten. Op de vleugels breken de Braziliaantjes maar niet door en blijft het per wedstrijd een verrassing wie aan Benzema’s zijden staan. Dit seizoen is het middenveld van Modric — Casemiro — Kroos van onweersproken klasse, in briljante vorm. Des te meer zonde is het dat ze het moeten doen met een niet optimaal functionerend team, want punten verliezen bij Elche en Osasuna, tegen Levante, door vreemd gedoe van Zidane en een beetje pech niet winnen van La Real.. het is allemaal niet des Real Madrid hé?

Kijkend naar de toekomst zal Real Madrid ondanks de financiële crisis wel serieuze vragen moeten beantwoorden: er zijn ‘gaten’ in de selectie qua kwaliteit om aan te sluiten bij de wereldtop, maar langzaam maar zeker nadert ook het einde voor de oude garde. Leuk om te volgen, om het zomaar te zeggen, in combinatie met de afhankelijkheid van Benzema voorin.

Kijkend naar het schema van Real Madrid wordt de toekomst van de titelrace natuurlijk wel bepaald in de eerstvolgende twee wedstrijden: zelf de Clásico spelen tegen Barça, terwijl Atlético op bezoek moet bij Sevilla en Betis. Daarna lijkt de crux voor Real Madrid wel te zitten in de laatste vier duels: allemaal gevaarlijke subtoppers waarvan Granada dan nog de minst listige is.

2. FC Barcelona — 62 punten

Er was eens een voetballer die net voor kerst 2020 liet weten dat ook hij dan écht aan het voetbalseizoen was begonnen. Een kleine Argentijn met weinig woorden, maar grote daden: Lionel Messi. Lang leek FC Barcelona niet meer kampioen te worden met 13 punten achterstand op Atlético Madrid, maar mede dankzij Messi’s drift in 2021 is het gat nog maar 4 punten en dateert de laatste competitienederlaag van 17 wedstrijden terug: 5 december 2020, Cádiz 2–1 Barça. Alles terugbrengen tot Lionel Messi zou een beetje kortzichtig zijn, maar we moeten het helaas wel doen omdat deze man met zijn exorbitante megasalaris Barça toch wel in zijn greep houdt en rebelleerde tegen het bestuur, waardoor Koeman’s start bij de Catalanen allerminst in een rustig vaarwater was. Wat de toekomst moge brengen, weten we niet precies maar door de sportieve ontwikkelingen en de goednieuwsshow rond Barça lijkt het gevoelsmatig zou je denken te weten dat de in de zomer 34-jarige Argentijn weer bijtekent.

Messi is God, Messi is alles, Messi had lang alleen Alba en de inmiddels vertrokken Suárez als nauwe band in de aanval. Echter; vanzelfsprekend helpt het zijn gemoedstoestand als hij met de dit seizoen vrije Frenkie de Jong voetbalt, vanzelfsprekend helpt het als hij met Pedri een soort voetbalkind heeft gevonden en er met Dest weer een energieke rechtsback is. Jonge, enthousiaste spelers die zin hebben in voetbal. Des te meer jammer is het dat een Ansu Fati al het hele seizoen last heeft van een nare, irritante blessure. Op de achtergrond komt Ilaix Moriba er stilletjes aan. Aan de andere kant zien we een sinds kort kleine renaissance van Dembele, Griezmann, maar de geschiedenis leert dat we daar wat meer geduld mee mogen hebben voor de vlag echt uit mag.

De progressie van FC Barcelona valt ook op tactisch vlak terug te zien; veel vaker dan in de eerste seizoenshelft heeft FC Barcelona een zeer goed balbezitspercentage. Dat hoeft uiteraard niet alles te zeggen, maar in het huis van Cruijff mag je aannemen dat balbezit een middel en geen doel is. Zeker zonder consistente invulling qua namen van de achterhoede is het knap. Pique had lange tijd au, Roberto ook; we zagen veel Mingueza, veel de geweldige Araujo, de twijfelachtige Lenglet, de aan pensioen toe zijnde Umtiti. Gek genoeg kan je aan de andere kant weer stellen dat de beste aanvallende prestaties in 2020 waren. Dus: Barça is meer in balans, defensief beter en aanvallend terughoudender. Het schuiven op het middenveld naar Busquets, De Jong en Pedri heeft voor de meeste lucht gezorgd.

(wat kan ik verder nog schrijven over barça, alle deuren worden door elk medium platgewalst lol)

Zoals eerder gesteld: de Clásico van volgende week zal in combinatie met Atlético’s resultaten tegen Sevilla & Betis zorgen voor een nieuwe dynamiek. Voor Barça lijkt het dan verder buiten Villarreal en Atlético vooral: “zeven hordes, sommigen listig maar zou je moeten winnen”. Levert het de titel op?

1. Atlético Madrid — 66 punten

Hoewel Luis Suárez de gemoederen namens Atlético het meest bezighoudt, weet de vaste volger dat de renaissance van Atlético stiekem in de laatste clash voor de Coronapandemie was. 2–3 bij Liverpool, twee goals van invaller en miskoop Marcos Llorente. Opeens was controleur Llorente een mid/aanvaller met ongekende diepte in zijn spel en een fijne techniek. De herontdekking van Llorente zorgde voor nieuwe vleugels bij Atlético en het ging van plek 6 voor Corona onverstoorbaar naar plek 3 na Corona. Met Luis Suárez erbij moest Cholo Simeone even broeden op het beste systeem en daar was het dan: een 3–5–2.

Een 3–5–2 op papier, de discussie of uitwijding daarover zal ik jullie besparen. Iedere speler heeft er zowat zijn unieke rol en toevoeging in. Oblak is een wonderkeeper. Trippier is een voetbalintelligente wingback. Savic en Gimenez zijn typische Cholo-verdedigers. Hermoso is zowel defensief als voetballend enorm goed. Carrasco is als Bambi die eindelijk heeft leren lopen met zijn defensieve bijdrage en de aanvallende artiest die hij is. Koke als immer onderschatte motor op het middenveld, terwijl hij niet eens een vast maatje naast zich heeft: defensief, aanvallend, tactisch, een Capitano die dirigeert met en zonder bal. Llorente is in iets meer dan een jaar tijd uitgegroeid tot een van de beste mid/aanvallers van Europa: zijn diepte in het spel is fascinerend, goede techniek en heerlijke wisselwerking met Trippier en Suarez. Félix/Lemar/Correa zijn de technici die willen fladderen en onvoorspelbaar moeten zijn door de as. Suárez is conditioneel/fysiek wel bijna versleten, maar als spits nog steeds de moordenaar, een grote luxe voor Cholo omdat hij jaren geen stabiele spits als hem heeft gehad, ook in de duels waar Atlético er soms geen kut van bakte. Nu was Luisito er.

Voortvarend door het seizoen vliegen is wat Atlético lange tijd deed in LaLiga: vroeg twee keer inspiratieloos struikelen over Huesca en Villarreal met 0–0, pas in februari kwam de kaduuk. 13 punten voor en dan is er Corona en de vermaledijde gokschorsing voor Trippier die vervelend uitkomt. Llorente kon daardoor niet in zijn kracht spelen; Carrasco/Félix/Lemar als meesters van onvoorspelbaarheid vielen weg. Kortom: Atlético werd grijpbaarder en won niet van Celta, 2x Levante en Getafe. Tussendoor ook niet in de derby, maar dat kan gebeuren. Op 21 maart, een paar dagen na de uitschakeling in de CL tegen Chelsea, was voetballen ook weer een kutsport voor Atlético. In de 86e minuut moest Oblak nog redden op een penalty om bij een 1–0 voorsprong weer puntverlies te voorkomen tegen Alavés.

Atlético behoudt een voorsprong van 4 punten op Barça en 6 op Real Madrid. Door het seizoen heen was het spel niet altijd even bijzonder qua kansen, maar daar moet je je niet op blindstaren alléén, zeker bij Atlético.

Het schema is duidelijk: 15 punten halen tegen de rechterrijtjesteams is Atlético aan zijn stand verplicht. Dan blijven de linkerrijtjesteams over ter analyse: ik denk niet dat Atlético het verspeelt tegen Betis en Real Sociedad. Sevilla en Athletic Club zijn teams in de categorie: tactisch listig, maar niet onmogelijk. Barça is een partidazo van jewelste. Kortom: s29, s32, s35 kijk ik het meest naar. Vier punten blijft echter wel een marge.

— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -

Mijn voorspelling

Love podcasts or audiobooks? Learn on the go with our new app.